TIEN TIPS UIT DE PRAKTIJK
voor wie start met een containertransport of een transport van goederen naar het Zuiden
Containerhulp en het transporteren van goederen naar het
Zuiden ? Veel organisaties doen het, maar in de wereld van de
ontwikkelingssamenwerking worden er ook heel wat vraagtekens bij
geplaatst.
Voor de één is het een heel concrete en tastbare manier om bij te
dragen aan een hulpproject. Voor een ander kan je dit onmogelijk
zinvolle ontwikkelingssamenwerking noemen. Ervaring leert echter
dat veel afhangt van hoe je het aanpakt.
Hieronder een lijst van vragen, die je jezelf zou kunnen stellen voor je begint met het organiseren van een hulpgoederentransport.
1. Wat kost het om een transport ter organiseren ?
Goederen transporteren is duur. Organisaties schrikken daar wel
eens van. Een container naar Afrika verschepen kost al snel meer
dan 5.000, of zelfs 10.000 euro. Nadien volgt er dan soms nog een
duur en risicovol transport om de goederen van de haven tot op hun
eindbestemming in het binnenland te brengen.
Daarnaast moet je dan natuurlijk ook nog een budget voorzien om de
hulpgoederen zelf aan te kopen. Tenzij je gratis over een partij
tweedehandsgoederen kan beschikken of via een inzameling een hele
vracht goederen bij elkaar krijgt. Maar ook dan mag je niet uit het
oog verliezen dat je toch een stevig budget moet voorzien voor het
inzamelen, sorteren, opslaan en verzenden van de goederen.
2. Is ons budget goed besteed ?
Maak eerst een kosten-batenbalans op. Heb je bv. 5.000 euro
beschikbaar, vraag je dan eerst af of dit bedrag niet op een betere
manier in je project geïnvesteerd kan worden, alvorens je een duur
transport organiseert.
Is het bv. niet doeltreffender om voor dat bedrag in het land zelf
schoolgerief aan te kopen voor het schooltje dat jullie steunen ?
Of kan je niet beter een plaatselijke timmerman opdracht geven om
banken voor het schooltje te timmeren, in plaats van afgeschreven
schoolbanken uit Vlaanderen met een dure container te verzenden.
Want zo zorg je ook nog eens voor plaatselijke werkgelegenheid.
Of misschien bereik je meer voor dat bedrag door het schoolgeld van
een aantal kinderen te sponsoren of ervoor te zorgen dat de leraren
een beter loon betaald krijgen.
3. Wat is het vertrekpunt (vraag- of aanbod) van jullie initiatief ?
Een organisatie krijgt toevallig een partij oude computers of
medisch materiaal of speelgoed aangeboden. Het materiaal is nog in
uitstekende staat en dus vinden ze het een zonde om het verloren te
laten gaan. ‘In het Zuiden kunnen ze alles gebruiken’, klinkt het
en dus gaat het de container op. Maar wie zit er ginds op die
goederen te wachten ?
Een klein gezondheidscentrum in het Zuiden dat plots een gratis
partij materiaal aangeboden krijgt om een volledig tandartskabinet
in te richten, zal uiteraard niet snel weigeren. Alleen, voordien
was er helemaal geen sprake om aan tandheelkunde te doen.
Integendeel, de begeleiding van zwangere vrouwen bij bevallingen is
er een veel grotere prioriteit. Maar nu worden de werking en de
planning van het kleine gezondheidscentrum dan maar aangepast en
wordt er dan toch maar aan tandheelkunde gedaan.
Het is interessanter als een initiatief vertrekt van een vraag, die
van het project zelf uitgaat. Maak eerst een grondige analyse van
wat er nodig is om dat project te realiseren. Dan kan je nadien
gericht op zoek gaan naar de juiste goederen en weet je meteen dat
de goederen die je verzendt ook een echte meerwaarde zullen bieden.
De sleutelvraag bij het organiseren van een transport is
uiteindelijk : Hebben de verzonden goederen ter plaatse
uiteindelijk een echte meerwaarde ? Die garantie heb
je vooral als de zending kadert binnen een ruimer project.
Ga je die oude naaimachines zomaar uitdelen of zijn ze een
onderdeel van een opleidingsprogramma om vrouwen een zelfstandig
beroep te leren ? Is de kous af als jullie die banken en
schoolmateriaal aan het schooltje geschonken hebben of is er ook
een plan om het schooltje ook structureel te ondersteunen (Zijn er
leraars ? Worden ze betaald ? Komen de kinderen naar school ?
enz.). Stuur je heel gericht een partij geneesmiddelen om een
specifiek gezondheidprogramma te ondersteunen of stuur je zomaar
lukraak wat onder het motto "ze kunnen daar alles wel gebruiken"
?
4. Hoe zit het met de lokale markt ?
De massale import van goedkope textiel- of landbouwproducten
verstoort de lokale markt in heel wat Afrikaanse landen. Kwetsbare
kleine producenten uit het land zelf kunnen dikwijls de
concurrentie niet aan met goedkope producten uit het buitenland.
Die enkele tonnen goederen die jullie verzenden, zullen natuurlijk
de hele markt niet ontwrichtten. Toch kan dit lokale mensen kansen
ontnemen. Ga na of je niet beter goederen in het land zelf
aankoopt. Je stimuleert er de lokale industrie, de lokale handel en
de lokale werkgelegenheid mee. Dat geldt dan vooral voor goederen
die ook in het land zelf worden verhandeld en/of geproduceerd.
Maar ook omgekeerd kan het geval zijn. Als je bv. naaimachines
ter beschikking stelt van vrouwen die een naaicursus volgen, zodat
ze nadien zelf een klein naaiatelier kunnen opstarten, lever je
wellicht juist een positieve bijdrage aan die lokale economie.
5. Kunnen de goederen door de begunstigden gebruikt, onderhouden en hersteld worden ?
Met elektrische toestellen en toestellen die batterijen
vereisen, kan je op veel plaatsen al niet terecht. Dikwijls zijn er
geen vervangstukken beschikbaar of ontbreekt de technische kennis
om de apparaten te onderhouden en te herstellen.
Een kopieermachine, een printer en veel medische of technische
toestellen kunnen een vergiftigd geschenk zijn. De gebruiker is
immers afhankelijk van de mogelijkheid om de accessoires te
verkrijgen en te betalen. Kies daarom ook voor merken en modellen
waar in het land van bestemming onderdelen beschikbaar voor zijn.
Ook op het verzenden van computers klinkt heel wat kritiek. Afrika
wordt overspoeld met afgedankt informaticamateriaal. Het materiaal
veroudert snel of is al verouderd als het hier vertrekt. Afrika zit
zo met de oude rommel opgescheept. En producenten ontlopen hun
verantwoordelijkheid om het materiaal – dat nogal wat vervuilende
metalen bevat - op een duurzame manier te recycleren.
6. Hoe zit het met de plaatselijke wetgeving en met de administratieve formaliteiten ?
Elk land heeft eigen import- en douaneformaliteiten. Daar moet
je dus goed van op de hoogte zijn. Je kan daarom best samenwerken
met een organisatie die van wanten weet “Maar zelfs dan”, vertelt
Wereld-Missiehulp, “hadden we ooit een zending waarbij de
regelgeving in het land van bestemming wijzigde terwijl het
transport onderweg was.”
Voor alle goederen die je invoert – ook gratis goederen – heb je
minstens een pro formafactuur nodig. Dat vraagt al heel wat
papierwerk. Bovendien is niet altijd evident om goederen als
humanitaire goederen te laten invoeren, zodat je van een verminderd
douanetarief kan genieten. Veel landen zijn daar erg streng op,
ondermeer omdat sommige malafide organisaties hier misbruik van
maken. Dikwijls moet je goed kunnen aantonen voor wie de goederen
bestemd zijn en met wie je in het land zelf gaat samenwerken.
Om ‘dumping’ tegen te gaan en om de producenten in het land te
beschermen, hebben sommige landen ook een wetgeving die het
invoeren van tweedehandsgoederen, zoals kleding, verbiedt of aan
banden legt
7. Hoe zit het met de risico’s ?
Als je container in het land van bestemming is toegekomen,
kunnen de goederen het mikpunt worden van diefstal en corruptie.
Goederen verdwijnen onderweg en 'vallen van de vrachtwagen’. En
zodra ze ter bestemming zijn, moeten ze ook op een veilige manier
opgeslagen kunnen worden.
Tenslotte loop je het risico om geconfronteerd te worden met de
plaatselijke corruptie en met de mogelijke onwil van de lokale
autoriteiten als je de juiste weg niet goed kent.
8. Hoe organiseer je de verdeling van de goederen ?
De verdeling van de goederen is een gevoelig punt. Je kan nooit iedereen tevreden stellen en dat kan leiden tot spanningen en afgunst. Denk dus vooraf na hoe je dit gaat aanpakken. Hoe zorg je ervoor dat alles ordelijk verloopt ? Wie heeft recht op wat ? Welke afspraken maak je daarover met jullie lokale partnerorganisatie ? Welke afspraken maak je met de begunstigden ? Hoe stel je je op tegenover de niet-begunstigden ?
9. Wie kan ons helpen bij het organiseren van een transport ? Waar kan ik terecht voor advies en ondersteuning ?
Als je een transport organiseert, werk je best samen met iemand
die van wanten weet. Je kan steeds terecht bij bedrijven die
gespecialiseerd zien in overzeese transport. Dit is meestal erg
duur, tenzij je misschien een firma vindt die jullie project wil
sponsoren door het transport en de logistieke ondersteuning te
beschikking te stellen.
In Vlaanderen is de organisatie
Wereld-Missiehulp vzw gespecialiseerd in het verzenden van
hulpgoederen voor het goede doel. Zij verzenden goederen naar meer
dan 40 landen en zijn beschikbaar voor iedereen die een
hulptransport wil organiseren. Zij nemen de organisatie van het
transport voor hun rekening, regelen al het papierwerk en volgen de
goederen op tot in de haven van bestemming. Ook dit kost geld
natuurlijk, maar de kosten liggen lager en Wereld-Missiehulp kan in
sommige gevallen een verminderd tarief aanbieden.
Voor alle informatie lees het artikel in de rubriek 'uit de praktijk' of contacteer Wereld-Missiehulp vzw.
10. Kunnen we de goederen geen andere bestemming geven ?
Als je na het lezen van bovenstaande tips twijfelt of het
organiseren van een transport wel haalbaar is, kan je misschien
overwegen of je de goederen die je ter beschikking hebt niet op een
andere manier kan aanwenden. Misschien kan je ze verkopen via een
veiling, via een tweedehandsbeurs of via het internet. Of stel de
aanbieders van schoenen, kleren of schoolbenodigdheden voor om hun
spullen zelf te verkopen en dan de opbrengst daarvan naar jullie
organisatie te storten.
Of als je het gewoon een zonde vindt om die goederen verloren te
laten gaan, kan je ze misschien schenken aan een organisatie die
hulp in eigen land biedt.



