Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Home > Losse pagina's > GEMEENTELIJKE ONDERSTEUNING VAN DE 4DE PIJLER

GEMEENTELIJKE ONDERSTEUNING VAN DE 4DE PIJLER

Kaart Vlaamse Gemeenten

Inleiding 

In het rapport “De vierde pijler : de opmars van de levensverbeteraar” peilden de onderzoekers naar de financieringsbronnen van 220 4de pijlerinitiatieven. De bevraging bevestigde het vermoeden dat 4de pijlerinitiatieven hun activiteiten vooral financieren met eigen middelen en met giften van individuen of bedrijven. Bijna de helft van de organisaties vermeldde dat ze daarenboven al eens subsidies had gekregen van gemeenten. Maar eigenlijk is dit niet verwonderlijk. De meeste 4de pijlerinitiatieven zijn immers lokaal verankerd en in hun zoektocht naar fondsen klopt men dan ook aan bij mensen en instanties die zich in de directe omgeving bevinden. Naast de kennissenkring, de lokale middenstand en plaatselijke verenigingen, is de gemeentelijke overheid een voor de hand liggende mogelijkheid.

Om een beter beeld te krijgen van de ondersteuning die gemeenten bieden aan 4de pijlerinitiatieven heeft het Hoger Instituut voor de Arbeid in 2008 de gemeentelijke besturen bevraagd via een internetenquête. Hieronder geven we de enkele belangrijke bevindingen weer (de volledige resultaten worden voorgesteld in het rapport De vierde pijler van de ontwikkelingssamenwerking: voorbij de eerste kennismaking). Deze gelden wel enkel voor de 116 gemeenten die hebben geantwoord op de enquête.

Groeiende aandacht voor de 4de pijler

Om te beginnen groeit de aandacht voor de 4de pijler bij gemeentelijke besturen. Dit kunnen we ten eerste verklaren door het feit dat alsmaar meer gemeenten een beleid voeren rond ontwikkelingssamenwerking. Zowel de Vlaamse als federale overheid stellen sinds een aantal jaren middelen ter beschikking om gemeenten te ondersteunen bij de uitbouw van een ontwikkelingsbeleid. Met de Vlaamse overheid kunnen gemeenten bijvoorbeeld een convenant (dit is een soort samenwerkingsakkoord) ontwikkelingssamenwerking afsluiten. Alhoewel gemeenten de middelen niet kunnen gebruiken voor de subsidiëring van 4de pijlerinitiatieven, hebben deze programma’s wel bijgedragen tot de professionalisering van de gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking en de gemeenten een officiële erkenning gegeven als actieve spelers in ontwikkelingssamenwerking.

Ten tweede worden de Gemeentelijke en Stedelijke raden voor Ontwikkelingssamenwerking (GROS en STROS) in toenemende mate bemand door mensen die een eigen 4de pijlerinitiatief hebben en zodoende de dynamiek van de 4de pijler in de kijker plaatsen. Ten slotte kwam uit de enquête dat veel gemeenten het potentieel van de 4de pijler om de lokale bevolking warm te maken en te sensibiliseren voor Noord-Zuidthema’s erkennen.

Je zal vooralsnog slechts weinig verwijzingen vinden naar ‘de 4de pijler’ in het beleid of de communicatie van gemeenten. De meeste gemeenten verkiezen immers een eigen term zoals ‘burgerinitiatieven’ of inwoners ‘zonder grenzen’, omdat ‘4de pijler’ volgens hen nog te weinig bekendheid geniet bij de bevolking en het begrip moeilijk te definiëren is.

Gemeentelijk beleid en budget 4de pijler zeer uiteenlopend

De ondersteuning van 4de pijlerinitiatieven verschilt sterk van gemeente tot gemeente. Sommige gemeenten bieden niets aan, terwijl andere een uitgebouwd subsidiebeleid hebben, informatie en advies verstrekken, vormingen aanbieden en samenwerking of ontmoetingen tussen 4de pijlerorganisaties en NGO’s stimuleren. Cru gesteld : als je als 4de pijlerinitiatief bij je gemeente wil aankloppen, woon of werk je dus maar beter in een gemeente die behoort tot de laatste groep, aangezien enkel initiatieven worden gesteund die een band met de gemeente hebben.

Twee derde van de bevraagde gemeenten besteedt een deel van het budget voor ontwikkelingssamenwerking aan subsidies voor 4de pijlerinitiatieven. De meeste gemeenten hebben geen aparte begroting voor 4de pijlerinitiatieven en initiatieven van NGO’s, wat de bepaling van het exacte subsidiebedrag voor de 4de pijler zeer moeilijk maakt. Voor gemeenten die wel een aparte begroting hebben, lopen de jaarlijkse budgetten zeer uiteen : van enkele honderden tot een enkel tienduizenden euro’s per jaar. Het beschikbare budget stijgt wel in de laatste jaren. Het totaalbudget heeft natuurlijk een invloed op wat 4de pijlerinitiatieven kunnen ontvangen. De subsidies lopen uiteen van een jaarlijkse dotatie van 100 euro tot 4000 euro en meer.

Procedure en selectiecriteria voor financiering

De procedure tot financiering is daarentegen wel gelijklopend voor veel gemeenten. In de meeste gemeenten dienen initiatiefnemers een aanvraag tot subsidies in te dienen bij de Noord-Zuid ambtenaar, de Noord-Zuiddienst of de GROS. Op basis van selectiecriteria en discussies adviseert de GROS het college van burgemeesters en schepenen en/of de gemeenteraad over de geselecteerde initiatieven en bedragen. Het college of de gemeenteraad neemt op basis van dit advies een beslissing. Vaak nemen deze laatste de conclusies van de GROS over. We mogen hierbij wel niet uit het oog verliezen dat de procedure bij heel wat gemeenten minder formeel en meer ad hoc gebeurt.

Eén van de belangrijkste discussiepunten bij gemeenten is de opstelling en ontwikkeling van selectiecriteria voor de te financieren projecten. Elke gemeente ontwikkelt autonoom haar eigen voorwaarden, waarbij de GROS en de Noord-Zuidambtenaar meestal het voortouw nemen. In de meeste gemeenten met een subsidiereglement voor projecten in het Zuiden, worden er voorwaarden gesteld met betrekking tot de indiener, administratie, en inhoud van het project. Een aantal criteria dienen zeker vervuld te worden, terwijl andere een weging meekrijgen. Zodoende gebruiken sommige gemeenten een puntensysteem om de aanvragen te rangschikken en als basis voor het subsidiebedrag.

Conclusie

Gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking zit duidelijk in de lift, en de enquête heeft uitgewezen dat tal van gemeenten het potentieel van de lokale initiatieven willen stimuleren. Aangezien de ‘4de pijler’ nog maar een paar jaar geleden werd ‘ontdekt’ in beleidsmiddens, zijn de meeste gemeenten nog aan het zoeken op welke manier ze het best kunnen samenwerken met deze uiteenlopende groep van initiatieven of deze kunnen ondersteunen. Deze zoektocht werpt ook vragen op over de taak- of rolverdeling en de coördinatie tussen gemeenten, provincies, NGO’s en de Vlaamse overheid – allemaal instellingen die zich op één of andere wijze (beginnen te) richten op de 4de pijler; over de gehanteerde selectiecriteria; over de manieren om projecten te evalueren; en over de situatie dat op basis van de woon- of werkplaats van de initiatiefnemer de ene 4de pijler wel toegang heeft tot subsidies en de andere niet.
 

                                                                      door Tom De Bruyn van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA)

Lees het eerste artikel : "Migrantenorganisaties en de 4de pijler"