Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Home > Losse pagina's > MIGRANTENORGANISATIES EN DE 4DE PIJLER

MIGRANTENORGANISATIES EN DE 4DE PIJLER

Logo's migrantenorganisaties

Migratie en ontwikkeling op de agenda

Sinds een tiental jaar krijgt de relatie tussen migratie en ontwikkeling aanzienlijke aandacht van internationale instellingen, nationale overheden, wetenschappers en ontwikkelingsorganisaties. Wellicht de belangrijkste aanleiding is de ‘ontdekking’ dat migranten jaarlijks tientallen miljarden euro’s opsturen naar het land van herkomst.

Volgens schattingen van de Wereldbank ontvingen ontwikkelingslanden in 2008 zo’n 305 miljard dollar aan geldoverdrachten1. Ter vergelijking, de officiële ontwikkelingshulp van de OESO-landen bedroeg in datzelfde jaar 115 miljard2.

Het grootste deel van deze geldoverdrachten gaat naar de familie en kennissen van de zenders, maar een niet te verwaarlozen bedrag wordt ingezameld door organisaties die hiermee sociale en infrastructuurprojecten steunen in de landen van herkomst. Migrantenorganisaties3 werpen zich dan ook alsmaar meer op als speler in ontwikkelingssamenwerking.

Op de website www.4depijler.be kunnen we enkele voorbeelden terugvinden : Rose vzw, een studentenvereniging uit Leuven die investeert in tal van Indische projecten; IMANE, een Antwerps-Marokkaanse vereniging die zich onder meer inzet voor de sociaal-economische ontwikkeling van de regio rond Benidaoud, de Belgische Vereniging voor Weeskinderen in Marokko en BANA Leuven, die zich op de DR Congo richt.

Exacte cijfers over het aantal bestaan echter niet. Een bevraging bij 371 migrantenorganisaties in Vlaanderen uit 2002 wees uit dat iets minder dan een derde zich bezighield met ontwikkelingsgerelateerde activiteiten4.

Migrantenorganisaties als aparte speler in ontwikkelingssamenwerking…

Er zijn al hevige debatten gevoerd over wat migrantenorganisaties al dan niet onderscheidt van andere ontwikkelingsorganisaties.

Aan de ene kant beschikken migrantenorganisaties over een zekere culturele bagage over de regio waarin men activiteiten ontplooit. Alleen al de kennis van de taal en de gebruiken maakt samenwerking een stuk efficiënter. Bovendien bestaat er een hele industrie om de band tussen gemeenschappen in het Noorden en het Zuiden in stand te houden. Een wandeling door de wijk Matongé in Brussel, de Sleepstraat in Gent of rond het Sint-Jansplein in Antwerpen maakt al snel het belang duidelijk van reis- en transportbureaus, telecombedrijfjes, handelaars in producten uit het land. Migrantenorganisaties hebben over het algemeen een goede kennis van deze transnationale industrie en dit vergemakkelijkt het vervoer van materiaal naar de interventieregio, contacten met partners ter plaatse of een bezoek aan het project in het Zuiden.

De solidariteit tussen de gemeenschappen in het Noorden en het Zuiden is bovendien vaak zeer groot. Migrantenorganisaties kunnen bijgevolg bogen op dit solidariteitsgevoel om vrijwilligers en donors te mobiliseren. Illustratief zijn de grote solidariteitsacties die op touw werden gezet door de Marokkaanse Belgen na de aardbeving in Al Hoceima, de havenstad in het Noordoosten van Marokko die midden in een bekende emigratieregio ligt. Deze emotionele band met het land van herkomst wordt soms aangehaald om te argumenteren dat het engagement van migrantenorganisaties voor ontwikkelingsinterventies in het land van herkomst zeer duurzaam en diepgaand is. We zien eveneens dat conflictzones en gebieden, vergeten door de internationale gemeenschap, nog wel ondersteund worden door migrantenorganisaties (zoals in Somalië, Soedan, Afghanistan).

Of een 4de pijlerinitiatief zoals de andere

Aan de andere kant hebben migrantenorganisaties veel gemeen met de rest van de particuliere 4de pijler. Hun activiteiten zijn even uiteenlopend (van containerhulp tot de bouw van ziekenhuizen en de uitwisseling van specifieke expertise). Tot de doelgroep behoren vaak armen, jongeren en weeskinderen en gezondheidszorg-, onderwijs- en infrastructuurprojecten zijn zeer populair. Net als de vrijwilligers van de meeste particuliere 4de pijlerinitiatieven zijn de meeste leden van migrantenorganisaties geen professionele deskundigen in ontwikkelingssamenwerking.

Migrantenorganisaties worden bovendien geconfronteerd met dezelfde problemen bij de financiering, opstelling en uitvoering van hun projecten als veel andere 4de pijlerorganisaties.
We mogen echter niet vergeten dat het land van waaruit zij zelf of hun voorouders ooit migreerden, in de loop der jaren fel kan veranderd zijn. Niet alle migrantenorganisaties zijn overigens actief in de regio waarmee men een familiale band heeft. Rose vzw heeft bijvoorbeeld projecten over geheel India. Net als andere ontwikkelingswerkers, komen ook migranten in aanraking met verschillende gebruiken en geplogenheden en worden ze door de doelgroep in het Zuiden aanzien als ‘buitenstaanders’.

We moeten ons bijgevolg hoeden voor hokjesdenken. In se onderscheiden deze organisaties zich niet van de rest van particuliere 4de pijler. Er bestaan meer gelijkenissen tussen bijvoorbeeld Rose vzw en andere 4de pijlerinitiatieven die in India werken, of tussen de Belgische Vereniging voor Weeskinderen in Marokko en vzw’s die rond weeskinderen werken, dan tussen deze migrantenverengingen onderling. Vrijwilligers van migrantenverenigingen komen overigens niet enkel uit de ‘eigen’ allochtone gemeenschap. Spijtig genoeg zien we dat migrantenorganisaties – vaak door anderen – in een aparte categorie van ontwikkelingsspeler worden gestoken. Taak is om de onzichtbare muren te slopen die er bestaan tussen de “allochtone” en de “autochtone” 4de pijler.

                                                                      door Tom De Bruyn van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA)

--------------------------------------------------------------------------------------
(1) Ratha, D. & Mohapatra, S. (2009), “Revised outlook for remittance flows 2009-2011: Remittances expected to fall by 5 to 8 percent in 2009” in Migration and Development Brief, No. 9, March 23, 2009
(2) OECD (2009), “Development aid at its highest level ever in 2008
(3)De naamgeving is onderwerp van discussie. Sommige verkiezen andere benamingen zoals allochtone zelforganisaties of diasporaverenigingen die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking. In het Frans bestaat wel een geijkte term Organisations de solidarité issue de l’immigration (OSIM). Wij inspireren ons op de term die in de Engelstalige literatuur over het thema wordt gebruikt: “migrant organisations”. Er bestaat overigens geen definitie. Sara Kinsbergen van de Nederlandse onderzoeksinstelling CIDIN werpt als criteria op: de initiatiefnemer(s) en minstens de helft van de vrijwilligers zijn van allochtone afkomst.
(4) Meireman, K. (2003), De rol van migrantenorganisaties in de ontwikkelingssamenwerking, HIVA, KULeuven