Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Home > Losse pagina's > NEDERLANDSE PARTICULIERE INITIATIEVEN VS VLAAMSE PARTICULIERE 4DE PIJLER

NEDERLANDSE PARTICULIERE INITIATIEVEN VS VLAAMSE PARTICULIERE 4DE PIJLER

Logo Partin

Inleiding 

Wat in Vlaanderen bekend staat als de particuliere 4de pijler, wordt in Nederland al een tiental jaar aangeduid als “particuliere initiatieven (PI’s)". Terwijl de Vlaamse wereld van ontwikkelingssamenwerking relatief recent aandacht besteedt aan de opkomst van deze nieuwe spelers, hebben PI’s al een tiental jaar een plaats veroverd in het ontwikkelingsveld bij onze noorderburen. In dit artikel beschrijven we overeenkomsten en verschillen tussen de Nederlandse en Vlaamse situatie.

What’s in a name

Uit de studie van het HIVA, “De 4de pijler van ontwikkelingssamenwerking: voorbij de eerste kennismaking”, leren we dat alles wat geen deel uitmaakt van de erkende bilaterale overheidssamenwerking (eerste pijler), multilaterale overheidssamenwerking (tweede pijler) of de door de overheid erkende niet-gouvernementele samenwerking (derde pijler) met het Zuiden, behoort tot de 4de pijler. Ook bv. vakbonden, scholen en bedrijven die actief projecten steunen of ontwikkelen in het Zuiden behoren met andere woorden tot de 4de pijler.

In Nederland richt het onderzoek zich met name op één specifieke groep binnen de 4de pijler : de particuliere 4de pijlers of de particuliere initiatieven (PI). Net als in Vlaanderen het concept "4de pijler" tot discussie leidt, bestaat er in Nederland nogal wat onduidelijkheid over het begrip “particuliere initiatieven". Vooral de afbakening van wat wel of niet als PI beschouwd kan worden is niet altijd helder.

Sara Kinsbergen, onderzoekster aan het Centre for International Development Issues Nijmegen, CIDIN, een wetenschappelijke onderzoeksinstituut aan de Radboud Universiteit Nijmegen heeft een eerste aanzet gegeven tot omschrijving. Ze hanteert 8 criteria : een PI is (1) een groep mensen, die (2) op structurele wijze actief zijn op (3) het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Meer bepaald biedt deze groep (4) ondersteuning aan een ontwikkelingsland, en is ontwikkelingssamenwerking het (5) hoofddoel van het initiatief. Bovendien krijgt het initiatief (6) geen directe financiering van de overheid. (7) Verder geldt dat PI’s gekenmerkt worden door vrijwilligheid. Het CIDIN hanteert de afbakening dat ten hoogste 20% van de medewerkers wordt betaald voor hun inzet. Als laatste is er het criteria van kleinschaligheid. Dit betekent dat het PI niet meer dan 20 vast medewerkers heeft OF dat het jaarlijkse beschikbare budget ten hoogste 1 miljoen euro bedraagt.

Evenveel PI’s in Vlaanderen als in Nederland ?

Zowel in Vlaanderen als in Nederland is het gissen naar het aantal PI’s. In Vlaanderen lopen de schattingen uiteen van om en bij de 1.400 tot 6.400 4de pijlerinitiatieven, waaronder een heleboel PI’s. Nederlandse schattingen lopen tevens van 6.400 tot zelfs 15.000. Vlaamse en Nederlandse PI’s verschillen voor zover we weten nauwelijks van elkaar : ze hebben te kampen met dezelfde problemen, richten zich beide op zowat alle ontwikkelingslanden – met een lichte ‘voorkeur’ voor de toeristische bestemmingen, herkomstlanden van de belangrijkste migrantengemeenschappen, en voormalige kolonies, zijn vooral – maar niet exclusief bezig met thema’s zoals gezondheidszorg en onderwijs, en hebben te kampen met dezelfde problemen, zoals fondsenwerving, vinden en begeleiden van vrijwilligers, …

In 2008 werd de brancheorganisatie Partin opgericht voor en door PI’s. Dit naar analogie van Partos, de tegenhanger van het Belgische Coprogram/Acodev in Nederland. Partin heeft tot doel de belangen van PI’s te behartigen, kennis te delen en de duurzaamheid van het werk van PI’s te bevorderen (voor meer info : www.partin.nl).

Nederland : steunpunt 4de pijler avant la lettre

Hét grote verschil tussen Nederland en Vlaanderen zit in de ondersteuning vanuit de overheid en de NGO-wereld aan PI’s. Nederlandse gevestigde ontwikkelingsorganisaties ondersteunen het PI met eigen geld en met geld dat ze via het Nederlandse Ministerie voor Buitenlandse Zaken ontvangen. In 2007 ontvingen de PI’s zo’n 40 miljoen Euro van deze organisaties. Elke NGO geeft bovendien ook inhoudelijke ondersteuning aan de PI’s bij de uitvoering van hun project. Daarnaast bieden sommige van deze en andere organisaties vorming en training aan particuliere initiatieven. Voor advies en begeleiding bij het opstellen van de subsidieaanvragen en de keuze van NGO, kan het PI ook terecht bij één van de 11 Centra voor Internationale Samenwerking (COS), die verspreid zitten over heel Nederland. Informatie vind kan je vinden op de website www.linkis.nl. Verder geeft het NCDO samen met een andere NGO Wilde Ganzen om de drie maanden het tijdschrift P! uit, waarin aandacht wordt besteed aan de particuliere initiatieven in Nederland.

En ondertussen in Vlaanderen ?

Zoals je op de website van het steunpunt 4depijler.be kan zien, zijn er ook in Vlaanderen organisaties die nauw samenwerken met particuliere initiatieven (bv. de NGO Volens) en/of vorming aanbieden aan 4de pijler- initiatieven. De lacunes in dit aanbod zullen in de nabije toekomst overigens nog worden aangevuld door het steunpunt. Vlaanderen kent echter geen subsidiemodel zoals dat in Nederland. Gemeenten en provincies zijn in het zuidelijk deel van de Lage Landen de belangrijkste bronnen van subsidies.

Waarom is er deze andere aanpak ? Enerzijds vinden we een verklaring in de verschillen in beschikbare budgetten, in de staatsstructuur, en in de historische ontwikkeling van de manier waarop ontwikkelings- samenwerking is georganiseerd tussen beide buren. Anderzijds wordt dit verklaard door de angst om ontwikkelingssamenwerking nog verder te versnipperen over nog meer spelers. Ten slotte heerst de bezorgdheid om de creativiteit en succes van 4de pijlerinitiatieven in het mobiliseren van vaak onaangeboorde private giften te smoren door de organisaties subsidie-afhankelijk te maken – iets wat volgens sommige waarnemers in Nederland is gebeurd.

                                              door Tom De Bruyn van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA, KULeuven)     
                                              & Sara Kinsbergen (CIDIN, Radboud Universiteit Nijmegen)


Lees het eerste artikel : "Migrantenorganisaties en de 4de pijler"
Lees het tweede artikel : "Gemeentelijke ondersteuning van de 4de pijler"
Lees het derde artikel : "Samenwerking tussen derde en 4de pijler"