Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Home > Losse pagina's > SAMENWERKING TUSSEN DE DERDE EN DE VIERDE PIJLER

SAMENWERKING TUSSEN DE DERDE EN DE VIERDE PIJLER

aardbol in de handen

Inleiding 

In de studie "De 4de pijler: de opmars van de levensverbeteraar" uit 2007 van het HIVA konden we lezen dat er bij de actoren uit de klassieke drie pijlers nog veel weerstand was tegenover de 4de pijler. Ten dele schreven de onderzoekers deze oppositie toe aan het gebrek aan kennis over de aard van deze ‘nieuwe’ vorm van ontwikkelingssamenwerking : “onbekend” betekent immers “onbemind”.

Drie jaar later is “de 4de pijler” echter geen onbekend begrip meer in de Vlaamse wereld van ontwikkelingssamenwerking en beetje bij beetje krijgen we meer inzicht in de verscheidenheid aan initiatieven en spelers. We kunnen ons dan ook afvragen of deze groeiende bekendheid inderdaad heeft geleid tot een grotere genegenheid voor de 4de pijler. In dit artikel zoemen we in op de houding van de zogenaamde derde pijler tegenover de 4de pijler. De derde pijler verwijst naar de niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) die gespecialiseerd zijn in ontwikkelingssamenwerking. Meer bepaald omvat deze groep in België alle NGO’s die toegang hebben tot de subsidies van de Federale overheid in het kader van indirecte ontwikkelingssamenwerking. In totaal zijn dit er 115. Eind 2008 hebben we hen een aantal vragen voorgelegd. 31 organisaties die in Vlaanderen actief zijn, hebben hierop geantwoord. We geven de belangrijkste resultaten weer.

Welke samenwerking bestaat reeds ?

Uit de bevraging bleek dat 15 NGO’s van de 31 samenwerken met 4de pijlerinitiatieven. Het soort initiatieven waarmee men samenwerkt blinkt uit in diversiteit : bedrijven, individuen, migrantenorganisaties, stichtingen, vakbonden, mutualiteiten, particuliere initiatieven, culturele instellingen, ziekenhuizen. Opvallend is dat, afgezien van particuliere initiatieven, geen enkele actor door meer dan twee NGO’s wordt opgesomd. NGO’s lijken zich te richten op die actoren uit de 4de pijler, die het dichtst aansluiten bij hun eigen werkingsdomein. De organisaties geven aan dat samenwerking vooral uit informatie- en adviesvoorziening bestaat en in minder mate uit financiële steunverlening, capaciteitsopbouw en gezamenlijke campagnevoering. Coöperatie blijkt vooralsnog een éénrichtingsverkeer te zijn, d.w.z. ondersteuning van de NGO aan het 4de pijlerinitiatief. Er waren maar twee organisaties die expliciet meldden dat zij partnerschappen aangingen met 4de pijlerinitiatieven en actief kennis en expertise uitwisselden.

Voorbeeld uit de praktijk : Volens

Naast de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, 11.11.11, die zich met het steunpunt 4de pijler engageert voor de 4de pijlerinitiatieven, is de vzw Volens één van de pioniers binnen de NGO-wereld van het ondersteunen van particuliere 4de pijlerinitiatieven. In de loop der jaren kwam Volens in contact met verschillende particuliere 4de pijlerinitiatieven die zich inzetten voor het Zuiden. In het begin waren dit vooral familieleden of vrienden die het werk van een NGO-coöperant wilden ondersteunen via geldinzameling. Gaandeweg kwamen hier groepen en organisaties bij die een partnerorganisatie in het Zuiden steunden. Op hun vraag gaf Volens op informele wijze praktisch advies over fondsenwerving, administratieve geplogenheden, en projectbeheer. Vanaf 2002 besloot de NGO zich structureel te engageren voor wat zij intussen ‘solidariteitsgroepen’ had gedoopt en werd een voltijdse werkkracht aangenomen.

Particuliere 4de pijlerinitiatieven kregen de mogelijkheid om zich als solidariteitsgroep aan te sluiten bij Volens. De NGO ondersteunt deze groepen onder meer met vormingen (bv. over projectbeheer, boekhouding en de opmaak van een blog), advies over subsidiekanalen, het verlenen van fiscale attesten, de organisatie van ontmoetingsdagen rond bepaalde regio’s in het Zuiden, en het opzetten van gezamenlijke campagnes (bv. de affichecampagne “Steek je handen uit de mouwen voor het Zuiden”). Op dit ogenblik zijn er ongeveer 120 solidariteitsgroepen aangesloten bij Volens.

Hoe staat de derde pijler tegenover samenwerking met de 4de pijler ?

Iets meer dan de helft van de 31 NGO’s vonden dat de derde pijler meer zou moeten samenwerken met 4de pijlerorganisaties dan nu het geval is, terwijl een vijfde geen voorstander was van dit idee. Er bestaat vooral een draagvlak voor informatievoorziening en het aanbieden van capaciteitsopbouwprogramma’s (bv. vorming) en in minder mate voor het gezamenlijk voeren van campagnes. De meeste NGO’s waren wel gekant tegen het geven van financiële ondersteuning aan 4de pijlerinitiatieven.

Voor sommige NGO’s uit de bevraging is het water nog te diep om structureel samen te werken met de 4de pijler. Dit heeft te maken met gebrek aan personeel en middelen, een ontoereikende kennis van de 4de pijler, en/of onzekerheid over de manieren waarop men op een doeltreffende en door wederzijdse partijen aanvaarde wijze kan samenwerken. Bovendien erkennen (en delen zelfs) enkele NGO’s de bezorgdheid van 4de pijlerinitiatieven, dat samenwerking met NGO’s de 4de pijler in het keurslijf van de NGO-werking zou ‘dwingen’. Op die manier zou de eigenheid en de dynamiek van de 4de pijlerinitiatieven verloren gaan. De meeste NGO’s zijn om die redenen te vinden voor meer uitwisseling van ervaringen. Men wil elkaar eerst ‘leren kennen’, weten wat de interesse en activiteiten zijn, om vervolgens op projectbasis samen te werken.

Conclusie

Van een grote liefde tussen het geheel van de derde en de 4de pijlers is er nog geen sprake. Amateurisme, paternalisme en een gebrekkige aandacht voor structurele onderliggende problemen, verwijten sommige vertegenwoordigers uit de derde pijler nog steeds de 4de pijler. Inefficiëntie en de bedragen die aan de “strijkstok” blijven hangen, slingeren bepaalde stemmen uit de 4de pijler dan weer naar het hoofd van de derde pijler.

Net als de 4de pijler is ook de derde pijler echter een zeer heterogene gemeenschap van organisaties met uiteenlopende visies, methoden en werkingsdomeinen. Langzaam maar zeker zoeken bepaalde organisaties uit beide pijlers toenadering tot elkaar, overstijgen de oppervlakkige kritiek en nemen de gefundeerde kritiek ter harte, tasten de mogelijkheden af, en zetten concrete samenwerkingsverbanden op. Een kruisbestuiving is dus zeker mogelijk, maar net als bij een samenwerking met partners in het Zuiden is een wederzijdse erkenning van elkaars sterktes van fundamenteel belang. 

                                                                      door Tom De Bruyn van het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA)

Lees het eerste artikel : "Migrantenorganisaties en de 4de pijler"
Lees het tweede artikel : "Gemeentelijke ondersteuning van de 4de pijler"