Uit de praktijk
Mohamed Bouziani is voorzitter in Antwerpen van het Initiatief Marokkaanse Netwerken (Imane).
Gedreven vertelt hij ons hoe vzw Imane sinds zeven jaar haar weg zoekt om de hulp aan het thuisland op een hoger niveau te tillen.
1. Hoe en wanneer is Imane ontstaan
?
Ons initiatief is gestart na de rellen hier in Borgerhout zeven
jaar geleden. De Marokkaanse gemeenschap kwam toen alleen maar
negatief in het daglicht. We staken de koppen bij elkaar om te
bekijken hoe we als gemeenschap ook positief naar buiten konden
komen. De ontwikkeling van ons thuisland ligt elke migrant nauw aan
het hart, dus kwamen we daar op uit.
Er ging altijd al veel hulp naar Marokko, maar dat is hulp van persoon tot persoon, die niet geïnvesteerd wordt in duurzame projecten. Het geld dat de mensen al tientallen jaren opsturen, helpt om voedsel te kopen en de kinderen naar school te sturen, maar in feite verandert er niets aan de levensomstandigheden van de mensen. Ze blijven even arm.
2. Welke projecten ondersteunen jullie in Marokko
?
Wij hebben de families overtuigd om een deel van het geld dat ze
weggeven samen te leggen. Daarmee hebben we een stuk grond gekocht
in het dorp Beni Daoud in noordoost-Marokko. Met eigen middelen
hebben we daar een boerencoöperatie opgericht. We zijn gestart met
een project rond bijenteelt. Nadien hebben de boeren olijfbomen
geplant om olijfolie te produceren. Ook kreeg de coöperatieve van
een Spaanse vereniging een olijfpers. 75 boeren zijn nu lid van de
coöperatieve, maar tijdens de olijfoogst maken meer dan 500 boeren
gebruik van de olijfpers.
Met een heel beperkt budget zijn we er zo in geslaagd om die 75 families economisch onafhankelijker te maken. Tijdens de zomer kweken ze als imkers biologische honing en in oktober is er de olijfoogst. Als we nog andere activiteiten kunnen toevoegen, kunnen ze het hele jaar van de coöperatieve leven.
3. Maar jullie besteden ook aandacht aan gezondheidszorg
en onderwijs ?
De coöperatieve is de economische basis van ons project, maar de
mensen zijn op drie manieren arm: economisch en op het vlak van
gezondheidszorg en onderwijs. Als tweede luik van ons project
bouwden we daarom een dispensarium. Om de 14 dagen komt er een
dokter die betaald door de overheid en vroeger was er ook een
verpleegster waarvan wij het loon betaalden. Zo kunnen mensen dicht
bij huis terecht voor medische zorgen.
De verpleegster woonde in het dispensarium en gaf er les aan meisjes en vrouwen die nooit de kans hadden om naar school te gaan of die hun lagere school niet konden afmaken. De verpleegster is ondertussen naar de stad verhuisd. Een andere vrouw neemt nu haar plaats in en intussen zijn er al twee alfabetiseringsgroepen bijgekomen. Daar geven plaatselijke vrouwen zelf les aan andere vrouwen uit het dorp.
We hebben een project ingediend bij de Stad Antwerpen om hen 60 euro per maand te betalen. Ondertussen voert Imane campagne om de loonkost na het eerste jaar betaling over te kunnen nemen. Het is de bedoeling dat de coöperatieve in de toekomst de lonen zelf kan opbrengen.
4. Zo straalt die economische heropleving straalt uit
naar het hele dorp ?
Ja, ons project brengt ook onverachte neveneffecen met
zich mee. Er was tot nu toe geen elektriciteit of water in Beni
Daoud. De overheid had geen interesse om die kleine dorpjes in het
binnenland te ontsluiten. Nu er economische activiteit is, is er
plots wel aandacht voor het dorp. Er is nu elektriciteit, weliswaar
enkel aan de (enige) verharde weg, en de overheid doet boringen om
het hele dorp van water te voorzien.
Het komt erop aan om het leven op het platteland opnieuw aantrekkelijk te maken. De mensen worden steeds meer afhankelijk van de stad. Het klopt toch niet dat men tegenwoordig van het dorp naar de stad trekt om daar eieren en munt te kopen. Dat is de omgekeerde wereld. Het zijn juist de boeren die hun producten in de stad zouden moeten gaan verkopen.
Velen mensen trekken weg van het platteland. Dat is een grote stap. Soms lukt het niet in de stad en dan kunnen ze meestal ook niet zomaar terug naar het dorp. Dat is dikwijls het punt waarop er voor die mensen maar een oplossing overblijft : naar Europa trekken en om daar hun kans te wagen.
5. Wat hebben jullie geleerd sinds het ontstaan van
jullie project ?
We hebben onze visie stap voor stap zelf ontwikkeld en ook geleerd
van onze fouten. Het eerste dispensarium dat we bouwden, bleek niet
te voldoen aan de normen die de Marokkaanse overheid oplegt. Daar
hadden we geen rekening mee gehouden. We hebben een volledig nieuw
gebouw moeten bouwen. Nu betrekken we een studiebureau van de
overheid bij onze projecten.
Je moet niet ondoordacht aan iets beginnen, maar vooral eerst goed overleggen met de overheid, de dorpshoofden, de vrouwen, enz. en goed inschatten wat de noden zijn. Want je moet keuzes maken. Je kan niet iedereen helpen.
6. En dat willen jullie ook delen met andere groepen
?
Moslims zijn verplicht om een deel van hun inkomen aan armen weg te
geven. Maar als ik zie hoe ‘rijke’ Marokkanen uit de diaspora wat
aalmoezen komen uitdelen aan de armen in de dorpen, zijn we niet
goed bezig, denk ik. Je kan dat geld beter investeren in een
project waar de hele gemeenschap wat aan heeft.
Ons model werkt en we zijn dan ook vrij trots op de expertise
die we opgebouwd hebben.
Er zijn veel groepen die iets willen doen in hun thuisland, maar ze
weten niet altijd hoe ze dat efficiënt kunnen aanpakken. We willen
hen op weg helpen en tonen hoe ze met vrij weinig geld echt wel
impact kunnen hebben op het leven van de mensen in het thuisland.
De boeren van onze coöperatieve zijn nu geen bedelaars meer. Nee,
ze mede-eigenaars en nemen zelf hun lot in eigen handen. Ze staan
nu echt fier en met opgeheven hoofd in het leven. “Hadden wij het
vroeger ook zo maar aangepakt”, hoor ik oudere mensen nu zeggen,
“dan hadden we al die jaren heel wat meer kunnen bereiken.”
7. En hoe betrekken jullie de mensen hier in Vlaanderen
bij jullie werking ?
We zijn zonder twijfel één van de meest actieve verenigingen hier
in de stad. We organiseren, bijvoorbeeld, elk jaar een groot
lentepoets hier in Borgerhout. En doen ook andere activiteiten om
de Belgische en Marokkaanse gemeenschap dichter bij elkaar brengen.
Ontwikkeling is ons hoofddoel, maar willen ook actief werken aan
een positieve dialoog tussen de gemeenschappen. Intussen heeft
Imane trouwens een netwerk in de hele provincie.
8. En werken jullie ook samen met andere organisaties
?
Toen we een paar jaar geleden gingen aankloppen bij de Belgische
ngo’s stonden ze daar niet echt open voor. Weinig Belgische ngo's
werken in Marokko. Bovendien denken ze al snel dat we alleen bij
hen aankloppen voor geld, maar dat is niet zo. Ons project heeft
een vast jaarlijks budget. Meer hoeven we voorlopig niet bij elkaar
te krijgen. We willen onze coöperatieve stap voor stap versterken
en niet meer doen dan we aankunnen. Integendeel, mochten we nu
plots een grote gift of subsidie krijgen, dan zou dat wel eens heel
negatief kunnen zijn voor ons werking.
Maar we zoeken wel naar bondgenootschappen en dat lukt steeds beter. Tijdens de Gaza-crisis organiseerden we samen met de ngo INTAL een grote solidariteitsactie voor een ziekenhuis in Gaza. Oxfam Wereldwinkels onderzoekt intussen of zij eventueel onze honing en olijven kunnen verkopen. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar zo kunnen we een afzetmarkt creëren voor onze producten. En we zijn blij dat er met dit 4de pijlersteunpunt nu ook een stukje waardering komt voor al onze inspanningen.
- Millenniumdoelstelling 7 : Aqua Afrika
- Millenniumdoelstelling 6 : Dertiende Ster
- Millenniumdoelstelling 5 : Senegal bevalt
- Millenniumdoelstelling 4 : BEKRIBU vzw
- Millenniumdoelstelling 3 : Kwasa Kwasa vzw
- Millenniumdoelstelling 2 : Leraars zonder Grenzen
- Millenniumdoelstelling 1 : Liggo Naftora
- Wereld-Missiehulp
- Bisz vzw / Solar Zonder Grenzen
- Endallah vzw
- Artesanos vzw
- La Cascarilla
- Dwagulu-Dekkente
- Kinderen van Cambodja vzw
- Esperanza vzw
- Mamaya



